Bullterrier

  • Land van herkomst:	Engeland.
  • Gewicht:			16-32 kilo
  • Aanhankelijk
  • Geschikt voor kinderen.
  • Eerste klas waakhond.
  • Gehard.

Het ras werd gecreëerd door James Hinks uit Birmingham met de bedoeling om een drijfhond met een aantrekkelijk uiterlijk te verkrijgen.

In die tijd kwamen bloedige gevechten voor tussen honden en dassen en honden onderling, waar weddenschappen op werden gebaseerd. Om geschikte ‘fighters' te verkrijgen, werd de bulldog met de jachtterriër gekruist, met als resultaat de zogenoemde 'Bull and Terriërs'.

Deze werden op hun beurt gekruist met de Old English White Terriër en Dalmatiërs, en zo verkreeg Hinks een geheel witte, zeer sterke en lenige hond.

In 1887 werd hij als ras erkend door de Engelse Kennel Club.

In het begin was bet gewenst dat het ras geheel wit was, maar tegenwoordig worden ook gekleurde variëteiten geaccepteerd. De Bull Terriër, ook wel de gladiator van de honden genoemd, is een toegewijde gezelschapshond en een uitstekende waakhond.

Hij heeft relatief veel beweging nodig om zich goed te voelen.

Rasbeschrijving

Hoofd:

Lang, krachtig, diep tot aan de neuspunt, van voren gezien eivormig en geheel opgevuld. Vlak schedeldak. Het profiel is licht gewelfd van het schedeldak tot de neuspunt, die zwart en naar beneden gebogen dient te zijn.

Ogen:

Smal, schuin geplaatst, driehoekig, diepliggend, zwart of zo donker mogelijk.

Oren:

klein, dun, dicht bij elkaar geplaatst, rechtopstaand, naar voren gericht.

Gebit:

Schaargebit, gezonde, regelmatige tanden.

Hals:

Zeer gespierd, lang, gebogen, droog.

Lichaam:

Gerond, gewelfd, breed en met een diepe borstkas. Korte rug, recht, vlak, echter licht gewelfd over de lendenen. De onderlijn van de borstkas naar de buik dient een licht opwaartse lijn te vertonen.

Ledematen:

Krachtige, gespierde, brede vlakke, goed naar achteren geplaatste schouders. Ronde krachtige botten in de voorbenen, evenwijdig aan elkaar. Gespierde dijbenen, goed gehoekt in knie- en spronggewricht. Lage, krachtige sprongen.

Voeten:

Rond, compact, goed gewelfde tenen.

Staart:

Kort, laag aangezet, horizontaal gedragen, dik bij de wortel, uitlopend in een dunne punt.

Vacht:

Kort, vlak aanliggend, gelijkmatig, glanzend. Strakke huid.

Kleur:

Witte honden moeten een zuiver witte vacht hebben. Bij gekleurde honden dient de kleur het wit te overheersen Gestroomd heeft de voorkeur.

Schofthoogte:

Wordt in de rasbeschrijving niet aangegeven.

Groepsindeling:

Nederland, Terriërs: FCI, groep 3, sect. 3 KC. Terriër Group